Smart mobility: data gebruiken om de verkeersstromen vlotter te laten verlopen

Mobiliteit is één van de belangrijkste gespreksonderwerpen op het werk en aan de toog. Iedereen heeft er een mening over en kant-en-klare oplossingen zijn er meestal niet. In een nieuwe reeks van Café Futur worden bewegende ideeën gepresenteerd om op een frisse manier te kijken naar de mobiliteit van de toekomst.

Tijdens de tweede editie van deze reeks stond smart mobility centraal. Concreet: welke kansen bieden nieuwe informatica- en communicatietechnologieën om onze vastgelopen mobiliteit weer vlot te krijgen?

18557019_10154521548561867_1705339134176279573_n

Als eerste spreker kwam Ronald Adams van de Nederlandse Rijkswaterstaat uitleggen hoe de regio Amsterdam mobiliteitsproblemen aanpakt. Daarna was het de beurt aan Jaap van den Hoek van Inrix, het bedrijf achter de filestatistieken. Tot slot hield Brussels schepen en parlementslid Els Ampe een pleidooi om de gebruiker centraal te plaatsen.

Als één van de drukste regio’s van het land kampt Amsterdam al jaren met verkeersproblemen. Dringend tijd om dat op te lossen, dachten de Nederlanders. Maar in een drukbevolkte regio zijn de mogelijkheden om de fysieke infrastructuur uit te breiden per definitie beperkt. Zo werd de Praktijkproef Amsterdam (PPA) boven de doopvont gehouden: een reeks grootschalige praktijktesten met intelligent verkeersmanagement.

Wat volgens Ronald Adams de Praktijkproef Amsterdam zo interessant maakt, is dat ze stapsgewijs toewerkt naar een toekomst waarin auto’s, verkeerslichten en informatieborden met elkaar verbonden zijn. Kortom, PPA wil innovatie stimuleren. Dat kan het best door zoveel mogelijk partners te betrekken. Er wordt samengewerkt met bedrijven, universiteiten, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de gemeente en stadsregio Amsterdam en de provincie Noord-Holland.

Van verkeerslussen in het wegdek via toeritdoseringsinstallatie tot de ontwikkeling van smartphone apps met individueel reistraject: de aanwezigen kregen een bondige technische schets van wat PPA allemaal inhoudt.

Als conclusie gaf Ronald Adams mee dat een project als PPA pas kan slagen als er voldoende mobiliteitsdata beschikbaar zijn. Samenwerking tussen marktpartijen en overheid is bovendien cruciaal om die informatie te bundelen.

Voor de tweede presentatie lichtte Jaap van den Hoek eerst de filestatistieken van Inrix toe. De data die daarvoor worden gebruikt, haalt Inrix “uit alles wat we kunnen vinden”, zoals van den Hoek het zelf formuleerde. Dat varieert van lussen in het wegdek tot verkeerscamera’s (mits toestemming van overheid). Ook sociale media dienen als bron. Als iemand onderweg over een file tweet, dan wordt dat geanalyseerd.

Vervolgens presenteerde hij een aantal projecten waar Inrix aan heeft meegewerkt. Zo wilde Dubai een halt toeroepen aan het zoekverkeer. Uit onderzoek bleek namelijk dat autobestuurders in de stad zo’n 20% van de tijd zoeken naar een vrije parkeerplaats. Inrix ontwikkelde een applicatie voor de smartphone die aanduidt waar er nog plek beschikbaar is. De gegevens die daarvoor nodig zijn, krijgt Inrix onder andere uit GPS-verbindingen en van telecomproviders. Belangrijk om te weten, aldus van den Hoek, is dat het delen van gegevens veel minder een issue is in het Midden-Oosten en Azië. Westerse mensen hechten dan weer meer belang aan hun privacy. Met andere woorden, wat werkt in land A, werkt daarom nog niet in land B.

Een ander voorbeeld is dat van Denemarken. De overheid gaf er jaarlijks miljoenen uit aan het onderhoud van verkeerscamera’s terwijl de filedruk niet daalde. Dat moest goedkoper kunnen. Daarop ging Inrix aan de slag met floating car data. Dus de camera’s meten niet langer het aantal auto’s, de verkeerscentrale werkt er nu op basis van de GPS-gegevens van de voertuigen.

18519851_10154521547896867_8086046558922529329_n

Tot slot presenteerde Els Ampe, Brussels parlementslid en schepen van Mobiliteit, enkele Brusselse praktijkvoorbeelden. Als je de mobiliteit wijzigt, moet de gebruiker steeds centraal staan. Dankzij een groene golf van verkeerslichten of extra opstelvakken aan kruispunten, is het mogelijk om met relatief eenvoudige ingrepen de trajectduur gevoelig te laten dalen.

18582604_10154521549726867_4536305569924263122_n

Toen was het publiek aan de beurt om zijn vragen af te vuren. De experts beantwoordden vragen zoals: “op welke manier kunnen kleinere steden aan de slag met slimme mobiliteit?”, “hoe zit het met de privacy en opslag van gegevens?” en “hoe kunnen steden en aanbieders van openbaar vervoer samenwerken om data te delen?”

Beleidsmatig werden een aantal interessante elementen aangedragen waar we ook in Vlaanderen en Brussel verder mee aan de slag kunnen. De eerste voorzichtige stappen op het vlak van data verzamelen en gebruiken zijn gezet (o.a. door het Vlaams verkeerscentrum en via slimme verkeerslichten), maar naar een systeem van sturing door data is een volgende stap.